Romewandeling de Gianicolo

Praktisch

Start -en eindpunt: Piazza della Rovere
Afstand: 4 km
Tip: lees ook de Romewandeling Trastevere, een ander deel van dit gebied


Beschrijving Romewandeling de Gianicolo


Aan de overkant van de Tiber tussen Vaticaanstad en Trastevere ligt een rustig gebied gekend als de heuvel Gianicolo. Dit is niet één van de oorspronkelijke zeven heuvels waarop de stad Rome werd gesticht maar valt wel binnen de Aureliaanse stadsmuur en kreeg daarom de bijnaam “achtste heuvel”. De naam Gianicolo (Janiculus) komt volgens de legende van de god Giano (Janus) die hier de gemeenschap Ianiculum stichtte. In werkelijkheid vond men hier enkel sporen van een heiligdom gewijd aan zijn zoon Fons (Fontus).

We starten op de Piazza della Rovere waar de brug Principe Amedeo de Tiber overspant. Dit is de enige plaats in ons traject waar je een bushalte vindt die meerdere bussen aandoen. Dichtstbijzijnde metrohalte is Ottaviano op zo’n 1,4 km.

We wandelen een stukje de oever af met Vaticaanstad in de rug richting Trastevere. Even verderop neem je de smalle Via della Lungara die parallel loopt met de oever. Deze straat werd net zoals de Via Giulia aan de overkant van de rivier ontworpen door Bramante. Pelgrims kenden de straat onder de naam Via Sancta omdat ze leidt naar Vaticaanstad.

Werp op je rechterkant een blik in het kerkje San Giuseppe alla Lungara uit de 18de eeuw. Naast het kerkje zie je de fraaie gevel van het klooster van de Congregatie der Vrome Arbeiders.

Even verder wordt de hoge bakstenen muur onderbroken. We zijn nu ter hoogte van de brug Giuseppe Mazzini. Je zou het niet zeggen maar de gele gevel op nr. 29 herbergt één van de bekendste gevangenissen in Italië: de Regina Coeli. Het complex bestaat al sinds 1642 en werd opgericht in opdracht van paus Urbanus VII. Op een satellietfoto is duidelijk de structuur van de verschillende gebouwen en centrale toren te zien.

Wandel nog een stukje door tot je aan je rechterkant het Palazzo Corsini en aan de linkerkant de poort van de Villa Farnesina ziet. De Villa Farnesina werd in het begin van de 16de eeuw gebouwd door de rijke bankier Agostino Chigi uit Siena. De naam Farnesina verwijst naar de verkoop van het pand in 1590 aan de familie Farnese. Chigi was bevriend met Rafaël en vroeg de kunstenaar zijn villa te decoreren. Rafaël was smoorverliefd op de bakkersdochter Margherita en had er niet zoveel zin in. Chigi liet de schone daarom ontvoeren maar Rafaël bleek ontroostbaar. Uiteindelijk vond Chigi de bakkersdochter terug en liet ze bij Rafaël verblijven. De fresco’s in de villa behoren tot de mooiste in Rome en zijn door verschillende kunstenaars geschilderd.

Het strenge Palazzo Corsini heeft tal van beroemdheden te gast gehad waaronder Michelangelo, Bramante, Erasmus en koningin Christina van Zweden. Zij verhuisde tot grote vreugde van de paus definitief naar Rome en nodigde er tal van kunstenaars uit. Vandaag kun je in de Galleria Nazionale d’Arte Antica schitterende kunstwerken bewonderen van o.a. Rubens, Van Dyck, Caravaggio en vele anderen. In het palazzo is ook nog de Accademia dei Lincei gevestigd. Dit is één van de oudste academies voor wetenschappen met als bekendste lid Galileo Galilei.

De oorspronkelijke tuin van het palazzo Corsini herbergt vandaag de Orto Botanico van Rome. De tuin neemt met 12 ha een flink deel van de helling van de Gianicolo in beslag. Je vindt er o.a. een Japanse tuin, een bamboebos, een mediterraan bos, een verzameling oude palmen, een aromatische tuin, waterpartijen, serres, … en als kers op de taart een prachtig panoramisch uitzicht over Rome.

Keer terug naar de Via della Lungara en vervolg nog een stukje. Draai dan verderop rechts de Via Garibaldi op. Na een bocht naar links zien we op de rechterkant de Via di Porta San Pancrazio. Verborgen achter de hoge muren ligt hier een magnifieke tuin van de zetel van de Accademia dell’Arcadia: il Bosco Parrasio. Te bezoeken op afspraak. We vervolgen de Via Garibaldi.

Onderweg kunnen we een bocht overslaan door de trappen te nemen tot we uitkomen op de Piazza di San Pietro in Montorio. Het achtervoegsel verwijst naar Mons Aureus (gouden berg). Een verklaring voor de naam vinden we in de zanderige ondergrond van de heuvel. Ofwel is het een verwijzing naar het goud dat op de moren was buitgemaakt door Ferdinand en Isabella van Spanje die de bouw van de kerk financierden. De kerk San Pietro in Montorio werd gesticht op de plaats waar de heilige Petrus zou gekruisigd zijn. Bezoek als het kan de Tempietto van Bramante uit 1502 centraal op de kloosterhof. Het is een meesterwerk van de renaissance bouwkunst.

De Gianicolo was in 1849 het woelige strijdtoneel tussen de strijdkrachten van de prille Romeinse republiek en de Franse strijdkrachten opgeroepen door paus Pius IX. Aan een buitenmuur van de kerk hangt een herdenkingsplaat met een kanonskogel die door de Franse artillerie werd afgevuurd.

Datzelfde jaar bleek cruciaal voor de Risorgimento, de historische eenmaking van Italië. Het was Garibaldi zelf die hier de troepen leidde maar door de Fransen werd verdreven. Wanneer je de weg vervolgt zie je op de linkerkant een indrukwekkend marmeren monument voor de gesneuvelden waar zich ook de tombe van Goffredo Mameli bevindt, de tekstschrijver van het Italiaanse volkslied “Fratelli d’Italia”.

De reusachtige Fontana dell’Acqua Paola is genoemd naar paus Paulus V. Het is een knap staaltje marketing om aan te tonen hoezeer de paus wel begaan was met de watervoorziening van de stad. Het water is afkomstig van het noordelijk gelegen Lago di Bracciano. De granieten zuilen zijn afkomstig van de oorspronkelijke Sint-Pietersbasiliek en het marmer van het Foro di Nerva waardoor de toen nog volledige tempel van Minerva jammer genoeg verdween. Van hieruit heb je een prachtig panoramisch uitzicht over de eeuwige stad.

Hogerop zien we de resten van de Aureliaanse stadsmuur. De Porta San Pancrazio is een gerestaureerde middeleeuwse stadspoort die vandaag het museo Garibaldino huisvest en zetel is van de Nationale vereniging van oud-strijders.

Verderop is de ingang van het monumentale park Villa Doria Pamphilj. Dit is met een oppervlakte van 184 ha één van de grootste parken van de stad. Ideaal om de drukte of zomerse hitte van het centrum te ontvluchten.

Sla rechtsaf naar de top van de Gianicolo. Deze plek is ingericht als één groot herdenkingspark met centraal op de Piazza Garibaldi een reusachtig ruiterstandbeeld van de held die triomferend uitkijkt richting Vaticaanstad want hoewel eerst verdreven, uiteindelijk won hij het van de paus. Overal zie je rijen bustes met de hoofden van 228 patriotten van het vaderland. Vanop het terras heb je ook hier weer een schitterend panoramisch uitzicht over de stad.

Dagelijks op het middaguur wordt op een terrasje onder de balustrade een kanon uitgerold. Het daverende kanonschot is bedoeld om alle kerkklokken (en er zijn er nogal wat) van Rome gelijk te stellen. Vanwege het geluid wordt het kanon door de Romeinen het “monster” genoemd.

Wandel verder richting Vaticaanstad. Door de bomen kun je de koepel van de Sint-Pietersbasiliek al goed onderscheiden. Aan je rechterkant staat de Villa Lante, een goed bewaard voorbeeld van de school van Rafaël uit de 16de eeuw. Vandaag is het de zetel van de Finse Academie. Te bezoeken op aanvraag.

Het ruiterstandbeeld verder op je linkerkant verbeeldt een heldhaftige Anita Garibaldi. Ze ligt hier ook begraven. Een eindje verder op je rechterkant staat een merkwaardige toren. Het is de faro (vuurtoren) die door Argentinië werd geschonken en groen-wit-rode stralen uitzendt, de kleuren van de Italiaanse vlag.

Neem de trappen van de Rampa della Quercia om enkele bochten over te slaan. De naam verwijst naar de Quercia di Tasso (eik van Tasso). Tegen deze eeuwenoude boom kwam de dichter Tasso in de 16de eeuw leunen in lange overpeinzingen. Het openluchttheater wordt tijdens de zomermaanden gebruikt voor kleinschalige voorstellingen.

Ons laatste rustpunt is de kerk met bijhorend klooster Sant'Onofrio al Gianicolo. Hier stierf in 1595 de dichter Tasso net voor hij door de paus zou worden vereerd met de dichterskroon. De dichter ligt in de kerk begraven en in het klooster is een klein museum met enkele oude uitgaves. De kleinste van de drie kerkklokken wordt de klok van Tasso genoemd omdat deze werd geluid toen de dichter het leven liet. De oorspronkelijke kerk uit 1439 is gewijd aan de heilige Onofrius, een kluizenaar die de woestijn introk op een ezel. Het huidige complex dateert uit de 16de eeuw.

Neem nu rechts de Salita di San’Onofrio tot je tenslotte beneden uitkomt op de Piazza della Rovere, ons vertrekpunt.