Romewandeling Parco dell’Appia Antica

Praktisch

Startpunt: Metrohalte Linea A: “Giulio Agricola”
Eindpunt: De basilica di S. Sebastiano fuori le mura
Afstand: 8,5 km
Tip: Aansluitend bezoek Thermen van Caracalla.
Advies: Zorg voor voldoende water want er zijn zo goed als geen bars of winkels onderweg.
Infopunt: Via Appia Antica 58. Kaarten en fietsverhuur.


Beschrijving Romewandeling Parco dell’Appia Antica


Het Parco dell’Appia Antica is een rustig en groen gebied ten zuidoosten van het centrum dat je zeker moet bezoeken als je helemaal wil terug gekatapulteerd worden naar de tijd van het oude Rome. De naam van het park verwijst naar de antieke Via Appia die samen met de Via Latina en de Via Flaminia eeuwenlang de belangrijkste wegen van en naar de stad waren.

De weg werd aangelegd vanaf 312 v. Chr. door censor Appius Claudius Caecus naar wie de weg genoemd werd en die ook nog het eerste aquaduct bouwde. De weg werd later verder afgewerkt en verlengd door verschillende keizers. Het belang van de weg wordt nog duidelijker in de bijnaam regina viarum (koningin der wegen).

De weg liep aanvankelijk tot Capua maar werd later doorgetrokken naar Brindisium waar vandaag nog steeds één van de twee originele zuilen staat die het einde van de weg markeert (de andere zuil staat in Lecce). In 71 v. Chr. werden hier zesduizend slaven gekruisigd nadat Crassus de slavenopstand van Spartacus versloeg.

Na de val van het Romeinse rijk raakte de weg stillaan in onbruik en tijdens de middeleeuwen was ze zelfs helemaal onder de grond verborgen. Eind achttiende eeuw liet paus Pius VI de weg restaureren. Tijdens de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw liet de Romeinse jetset er chique buitenverblijven en luxe villa’s bouwen achter hoge hekken en muren.

We starten aan de metrohalte Giulio Agricola, genoemd naar de Romeinse politicus en krijgsheer Gneo Giulio Agricola (40-93 n. Chr.) die een belangrijke rol speelde in de verovering van Brittania. Volg de Viale Giulio Agricola tot aan de kerk San Policarpo en draai rechts mee. Naast de kerk kan je je eerste stappen zetten in het regionaal park (toegang gratis) dat in 1988 werd ingericht en 3400 ha groot is.

Dit deel van het park wordt het Parco degli Acquedotti genoemd naar de zeven aquaducten die de stad Rome van vers water moesten voorzien. Sommige lopen ondergronds, andere zijn dan weer over bogen bovengronds geleid. Alle recente bouwsels werden in de jaren zeventig van vorige eeuw afgebroken zodat er nu een prachtige groene long op een boogscheut van de stad ligt. Het park wordt onderhouden door een vereniging van vrijwilligers: www.parcoacquedotti.it.

Het eerste aquaduct dat je kruist is Aqua Felice. Dit oorspronkelijk antieke aquaduct werd in de zestiende eeuw door paus Sisto V verbouwd en voedt o.a. de bekende Mozesfontein (Fontana dell'Acqua Felice) op de Piazza San Bernardo.

Volg de Viale Appia Claudio tot je even verder een stukje opgegraven Antica Via Latina ziet. Deze antieke baan bevindt zich grotendeels nog onder de grond en werd hier blootgelegd.

Steek de grote weide over tot je het volgende aquaduct kruist, de Aqua Claudia. Dit schitterende monumentale bouwwerk - genoemd naar keizer Claudius - is kilometers ver te volgen en behoorde tot één van de belangrijkste waterwegen van de stad.

Volg de weg tot je uitkomt op een drukke verkeersader: de Via Appia Nuova. Draai linksaf en volg de weg tot aan de ingang van het museum Villa dei Quintili. Onderweg zie je links de resten van de Sepolcro a Tempietto, een antiek grafmonument.

De Villa dei Quintili (toegang betalend) is één van de grootste en best bewaarde voorstedelijke villa’s bij Rome en dateert uit de tweede eeuw n. Chr.. Neem eerst een kijkje in het kleine maar interessante museum met een aantal vondsten uit de villa zoals een beeld van Zeus en drie hoofden van Hermes, drie muurversieringen van mannelijke naakten in opus-sectile-inlegwerk en een fragment van een reliëf “Mithras verslaat de stier”. Je ticket geeft ook toegang tot de Thermen van Caracalla en de Tombe van Caecilia Metella, dus bewaar het goed!

De antieke villa staat precies tussen de Via Appia Nuova en de Via Appia Antica op de top van de heuvel met een prachtig panoramisch zicht uit alle ramen. Er is een fraai badencomplex met een goed bewaard caldarium en frigidarium. De talrijke mozaïekvloeren geven een goed beeld van de luxueuze inrichting van weleer.

Aan de andere kant kom je via de uitgang terecht op de Via Appia Antica. De grafheuvels aan de overkant zijn de Tumulo degli Orazi e Curiazi, genoemd naar de Romeinse broers Orazi en de broers Curiazi uit Albalonga die op deze plek volgens de legende een heroïsch gevecht uitvochten met winst voor Rome.

Langsheen de Via Appia Antica tref je honderden zowel heidense als christelijke grote en kleine grafmonumenten aan. Het was immers verboden om binnen de Romeinse stadsmuren begraven te worden. Vele van deze grafmonumenten dragen nog steeds leesbare inscripties en beeltenissen van de overledenen. Hoe dichter bij de stad, hoe duurder de plek en dus hoe rijker de eigenaar was.

Grote delen van de originele weg zijn nog intact. De weg werd druk gebruikt door zwaar beladen karren getuige de diepe karsporen. Wie de weg met de fiets wil afleggen is dus gewaarschuwd! Over dit traject marcheerden destijds Romeinse legioenen en werd handelswaar uit Napels (Campania), Griekenland en het Verre Oosten aangevoerd.

Volg de Via Appia Antica rechtsaf richting centrum. Onderweg vind je zeker een aangenaam plekje onder een boom om te picknicken. De Romeinen zijn nog steeds dol op deze plek en komen hier wandelen, fietsen, hardlopen en paardrijden. Een groot deel van de weg is hier gelukkig autovrij. Op zondag is het traject echt helemaal autovrij tot aan de Porta San Sebastiano. Die dag is het hier dan ook best wel druk.

Net voor de commandopost van de Carabinieri vind je op je linkerkant de ingang naar de Villa Capo di Bove (toegang gratis). Hier werden restanten van een fraaie villa met baden van Herodes Atticus blootgelegd. De middeleeuwse naam van de villa verwijst naar de ossenkoppen op de tombe van Caecilia Metella even verderop. Achterin is een oude boerderij omgebouwd tot een klein museum waar vaak tijdelijke tentoonstellingen worden gehouden.

Het Mausoleo di Caecilia Metella waar in de vorige alinea naar verwezen werd, is een monumentaal praalgraf uit de eerste eeuw v. Chr. opgericht voor de kleindochter van Crassus. Haar sarcofaag is te bewonderen in het Palazzo Farnese. Het grafmonument werd in de veertiende eeuw omgebouwd door de familie Caetani tot een versterkte burcht met kantelen. Je kunt hier een aantal archeologische vondsten bekijken die verspreid liggen in de naburige binnenpleinen (zelfde toegangsticket als de Villa dei Quintili).

Recht tegenover de tombe ligt de ruïne van de Chiesa di S. Nicola a Capo di Bove. Deze kerk werd opgericht ten tijde van de verbouwing van de tombe tot burcht. Het is één van de weinige kerken van Rome in gotische stijl. Het dakloze gebouw is vandaag alleen geopend voor tijdelijke tentoonstellingen.

Een beetje verder vind je de ingang van de Villa e Circo di Massenzio. De resten van het circus zijn iets beter bewaard dan het bekende Circus Maximus in het centrum van de stad. Het complex werd gebouwd door keizer Maxentius begin vierde eeuw n. Chr. voordat hij werd verslagen door Constantijn. Dankzij de aanwezigheid van twee torens die de twaalf starthekken ophesen en de goed bewaarde ovale vorm van de renbaan met spina kun je met een beetje verbeelding de paarden hier nog zien rennen en de achttienduizend toeschouwers horen juichen. Vandaag een heerlijke plek om even uit te rusten, je hoort hier niets behalve het fluiten der vogels.

Het enorme mausoleum net naast het circus staat bekend als de Tempio di Romolo, genoemd naar de zoon van keizer Maxentius die in 307 in de Tiber verdronk.

De laatste halte van deze wandeling is de Basilica di San Sebastiano fuori le mura, één van de zeven pelgrimskerken in Rome gewijd aan de heilige Sebastianus van Rome.  De kerk werd bovenop zijn graf gebouwd in de vierde eeuw onder keizer Constantijn. Op de plek waar de basiliek gebouwd werd, stond op de vloer de inscriptie ad catacumbas (bij de grotten). Het woord catacomben werd daar van afgeleid en later gebruikt voor alle ondergrondse begraafplaatsen.

Vanaf de tweede eeuw groeiden de catacomben van San Sebastiano uit tot een enorm gangenstelsel in vier etages met in de nissen de graven van duizenden christenen. Later werden ze herbegraven in diverse kerken in en om Rome. Op dit moment liggen er geen stoffelijke resten meer in deze catacomben.

Vóór de kerk (toegang gratis) bevindt zich een eenvoudig pleintje en aan de rechterkant is de toegang tot de catacomben (toegang betalend). Bij de ingang is een triclia te zien, een antiek gebouw dat gebruikt werd door de rouwenden voor het begrafenismaal. In 1612 onderging de kerk een barokke verbouwing. De kerk bevat enkele interessante bezienswaardigheden zoals de voetsporen van Christus in marmer, één van de pijlpunten waarmee Sint Sebastianus werd doorzeefd, een stuk zuil waaraan hij was vastgebonden, een liggend beeld van de heilige van Giuseppe Giorgetti, een christusbuste van Bernini en enkele mooie zijkapellen uit de achttiende eeuw.

Een metrohalte vind je hier niet in de buurt. Om terug te keren naar het centrum van de stad neem je best wat verderop bus 118. Deze buslijn stopt aan de Thermen van Caracalla waar je meteen binnen mag met je ticket van de Villa dei Quintili en de Tomba di Caecilia Metella! Wie nog niet moe is kan de Via Appia echter helemaal aflopen tot aan de Porta San Sebastiano en onderweg nog de catacomben van San Callisto bezoeken.